Alle onderstaande teksten zijn van Hubert Topke, voorzitter Culturele Raad Lede. Waarvoor dank.


Wat vooraf ging...

Op 7 oktober 1914 werd Mesen (W-Vl, 10 km van Ieper) door de Duitsers bezet. De vernieling van het stadje was de oorzaak dat de leerlingen en leraressen van het Koninklijk Instituut van Mesen, na 3 dagen schuilen in de kelders van de abdij, op de vlucht sloegen naar Frankrijk.
Dankzij de toenmalige Belgische minister van justitie, Carton de Wiart, vonden de 150 vluchtelingen onderdak in een kostschool in St.-Germain-en-Laye bij Versailles.
Tijdens zijn bezoek later aldaar moedigde de minister de leerlingen aan met de woorden : 'Songez au jour prochain où vous rentrerez à Messines'.

Ze verbleven er 4 jaar, tot het einde van de oorlog. De terugkeer naar Mesen is echter nooit gebeurd ! Na de oorlog trof het Instituut maatregelen voor de terugkeer naar Mesen en zamelde het nodige geld in voor de wederopbouw. De gebouwen waren met de grond gelijkgemaakt.
Oordelend dat Lede centraler gelegen was in België voor een instituut van nationaal belang, werd door de Regering aan de Commissie machtiging verleend om, met het geld van hun oorlogsschade, het klooster van de kanunnikessen St.-Augustinus in Lede, aan te kopen en er het Instituut in onder te brengen.


Het Koninklijk Gesticht

Op 24/7/1919 werden de gebouwen officieel aangekocht. De oorspronkelijke benaming bleef behouden : 'Institution Royale de Messines - Koninklijk Gesticht van Mesen'.
Op 8 april 1919 werd St.-Germain-en-Laye verlaten en na enkele weken vakantie kwamen de eerste groepen leerlingen te Lede aan. Er werd gestart op 23 juni 1919 om het lopende schooljaar te voleindigen.

Die dag werd veelzeggend omschreven in het gulden boek van de school: 'La vue des beaux et vastes bâtiments, la splendeur du parc et des jardins, transportent la joie des élèves et des parents'.

Voortaan sprak men in Lede van de 'Messines'. Op 27 november 1920 werd mevrouw Hatry benoemd tot directrice. De instelling gaf kosteloos onderwijs in de Franse taal aan kinderen van oorlogsslachtoffers. Het domein was afgezonderd van de buitenwereld en er was geen contact met de Leedse gemeenschap.
In 1921 bouwde de stichting het 'Hollands Paviljoen' - ter uitbreiding van de school - met voornamelijk Nederlands kapitaal. Deze gelden betekenden een ‘opgelegde’ tegemoetkoming voor de niet-deelname aan WO I van Nederland.

Na enige tijd werd het taalgebruik enigszins aangepast. In 1929 werd een Nederlandstalige afdeling opgericht zodat vanaf dan het lager onderwijs in de beide landstalen werd gegeven. Tot 1952 volgde op het 6de leerjaar een voorbereidend jaar op het middelbaar onderwijs.


Wereldoorlog II

Tijdens WO II werd het domein opnieuw volledig ontruimd. Vanaf mei 1940 werd het voor een korte periode bestemd tot opvang en verzorging van gewonde soldaten, zowel Duitsers als geallieerden. Nu werden de gebouwen wel bespaard van vernieling.
Het domein werd ook een toevluchtsoord voor het 'Centrum voor gepensioneerde vissers uit Oostende', dat naar Lede evacueerde omwille van de bezetting van Oostende. Ze werden hier de 'Schipperkes' of de 'Godschalck' genoemd naar hun gelijknamige stichting in Bredene.

Op 9 september 1944 waren 'Les Rats du Désert', de beroemde bevrijdercolonne, op bezoek in het kasteel en op 30 september arriveerde een Canadees legerkonvooi in Lede. Tot 4 november was het domein een legerdepot voor kledij, onderdelen van hun wagenpark en andere legermaterialen.
Oorspronkelijk werden in Lede uitsluitend kinderen van hogere militairen opgenomen, maar vanaf 1944 werden ook schoolplichtige meisjes uit Lede tot het lager en technisch middelbaar - nog steeds Franstalig onderricht - toegelaten.

Overal riepen aanplakbrieven meisjes op om de lessen te komen volgen in het 'Koninklijk Gesticht van Mesen te Lede-bij-Aalst, gelegen in een zeer gezonde streek, heel gemakkelijk bereikbaar per spoor, met een groot park en verzorgde opvoeding'. Oorlogswezen en meisjes van militaire invaliden en gelijkgestelden betaalden 5.500 Bef schoolgeld per jaar, 6000 Bef voor dochters van oud-strijders en gelijkgestelden.


1969-1970 ...

Door de voortdurende afname van het aantal kinderen van gesneuvelde of invalide militairen en het aanvaarden van externen en gewone burgerkinderen, evolueerde het Koninklijk Gesticht van Mesen zodoende tot een gewone onderwijsinstelling … tot in 1970 een grondige herstructurering werd doorgevoerd.
Het Gesticht beantwoordde echter niet meer volledig aan de doeleinden door de stichtster, keizerin Maria-Theresia, voorgeschreven. Daarbij kwam dat sedert enige tijd de opbrengst van de gronden en eigendommen van het Instituut ontoereikend geworden waren om de school verder te onderhouden in zijn bestaande vorm.

Bij KB van 16 september 1969 werd de toelating verleend om de onderwijsinrichting te ontbinden en de roerende en onroerende goederen te Lede te gelde te maken. Er waren toen nog slechts 25 leerlingen die voldeden aan de 'voorwaarden tot toelating', tot 'Les Enfants de la Patrie'.
Men zou de eigendom, in overeenstemming met de aard en de bestemming, herbeleggen en de opbrengst ervan, alsmede de andere inkomsten, uitsluitend aanwenden ten behoeve van de door de stichteres, Maria-Theresia, (hedendaagse) bedoelde begunstigden : verlenen van dotaties en steun voor de studies en het postuniversitair onderzoek, alsook voor de beroepskeuze en beroepsvestiging, voor de aanmoediging aan de families van de begunstigden en voor de stoffelijke en zedelijke hulp.


Het begin van het einde ...

De vele kontakten met openbare instellingen en besturen leverden geen oplossing tot verkoop. De aankoopprijs, het onderhoud en de restauratie bleken steeds een struikel- blok te zijn. Bovendien speelde het Gewestplan (KB 30/5/78) een belangrijke, zeg maar negatieve rol, door het geheel de bestemming van 'parkzone' te geven.

Hierdoor onderging het domein een belangrijke economische minwaarde, 'planschade' genoemd. Bebouwing of verkaveling werd onmogelijk. Men onttrok het ganse domein uit de handel met als gevolg : verwaarlozing en verkrotting.

Nu begon een tientallen-jaren-durend steekspel tussen enerzijds de gemeente Lede, die het domein zag als 'parkzone', en anderzijds de Stichting, die het prachtige domein als 'bouwzone' bestempelde.

Men kwam in al die jaren nooit tot een overeenkomst, spijts alle intense inspanningen, onderhandelingen en actiegroepen. Koninklijke Besluiten klasseerden het domein, rechters declasseerden het gebouw wegens procedurefouten, verkavelingsplannen rolden van de tekentafels.
Het uiteindelijk behaalde resultaat na 30 jaar werd … een schandelijke puinhoop.


Bron: brochure Open Monumentendag 2013 - het beste van 25 jaar (Hubert Topke)