Alle onderstaande teksten zijn van Hubert Topke, voorzitter Culturele Raad Lede. Waarvoor dank.


Tussenperiode

De erfgenamen zochten kopers voor de gebouwen en het uitgestrekte domein. Opeenvolgende eigenaars gaven het domein allerhande bestemmingen.
Het markizaatkasteel werd in 1839 eigendom van de familie Dooms uit Lessen. Zij lieten in 1844 door hun zaakvoerder Delteure een modelstokerij en azijnmakerij uitbouwen in de tuin van het kasteel. Na enkele jaren kwamen - in hun fabriek te Lessen - financiële problemen de kop opsteken.

Het ganse domein werd op verzoek van het Ministerie van Financiën, op 26 december 1844 voor 149.400 frank (3.704 euro) verkocht aan François Hayois uit Bauffe (nabij Mons) die er een suikerfabriek en jeneverstokerij begon.
Om uit onverdeeldheid te treden bij een erfenis, ging de ganse eigendom in 1867 over in handen van Charles Fonteyn uit Aalst. Die verkocht in 1885 een deel ervan aan tabaksfabrikant Antoine de Hartog uit Arnhem in Nederland. Deze kwam zich in Lede vestigen.

Bij gerechtelijk bevel door de voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg, kreeg notaris Breckpot van Aalst de opdracht om op 31 oktober en 13 december 1884 over te gaan tot de verkoop van het Chateau de Lede’.

Op de verkoopsaffiche stond (in het Frans) te lezen : ‘Verkoop van het Kasteel van Lede met dreven, alles wat erbij hoorde, woningen, grote industriële gebouwen, de oranjerie, de groentetuin, het Engels park en de grote vijver, verschillende bouwterreinen en ook een flink stuk bouwgrond. Het geheel gesitueerd nabij het station te Lede-lez-Alost’.

Bron: brochure Open Monumentendag 2013 - het beste van 25 jaar (Hubert Topke)